nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
Aangifteformulier personenbelasting telt ruim 40 codes meer
 
Zoals omzeggens elk jaar is ook voor aanslagjaar 2015 het aanslagformulier langer geworden. Er is een vak bijgekomen, ook al is dat geen gevolg van de regionalisering van de woningfiscaliteit, zoals velen verwacht hadden. Wel is het door de zesde staatshervorming nu nodig om in het vak van de woonkredieten een onderscheid te maken tussen de eigen en de niet-eigen woning. En o.m. ook de VVPRbis-aandelen vereisen een reeks extra codes. We overlopen hieronder kort de wijzigingen ten opzichte van het formulier van
vorig jaar.


Vak III: inkomsten uit onroerende goederen

In het vak voor de roerende inkomsten (vak III) zijn er - tegen de trend in - codes weggevallen. Dat heeft te maken met de volledige vrijstelling van het inkomen van de eigen woning die ingevoerd is ter gelegenheid van de zesde staatshervorming. Het kadastraal inkomen of (voor een buitenlandse woning) de huurwaarde hoeft u dus niet meer aan te geven. Tot vorig jaar was dat nog nodig voor wie een lening van vóór 2005 (of gelijkgesteld) lopen had. Een groot deel van die codes is echter verhuisd naar vak IX (zie hierna).

Ook de “betaalde erfpacht- of opstalvergoedingen” zijn verhuisd van vak III naar het vak voor de woningkredieten (vak IX). Er moet nu wel een onderscheid gemaakt worden naargelang de vergoedingen betrekking hebben op de eigen of de niet-eigen woning (code 3147 of 1147).

Vak IV: wedden, lonen...

Verhuizing naar een ander vak is ook gebeurd met de terugname van de belastingvermindering voor het kopen van werkgeversaandelen. Als de belastingplichtige die aandelen binnen de vijf jaar doorverkoopt, moet hij dat aangeven en de reeds toegekende belastingvermindering gedeeltelijk terugbetalen. Tot vorig jaar gebeurde die terugbetaling door het betrokken bedrag te belasten als een gewone bezoldiging (vroeger punt 2 onder rubriek A). Vanaf nu gebeurt het op de “logische” manier, in het vak van de belastingverminderingen zelf (vak X, code 1366/2366).

Bij de “overuren die recht geven op een overwerktoeslag” in de horeca of de bouw (rubriek G) is er een lijn bijgekomen waar men het aantal overuren moet vermelden. Het maximum is namelijk opgetrokken van 130 tot 180 overuren. Maar die maatregel is - onhandig genoeg - voor de bouwsector in werking getreden op 1 april 2014. Daardoor zitten we nu met twee verschillende maxima voor één inkomstenjaar, en is het dus nodig om een onderscheid te maken naargelang de datum van de overuren (nieuwe code 1305/2305 als de nieuwe grens van 180 uur van toepassing is).

Een zelfde probleem is er gecreëerd door de verhoging van de werkbonus met ingang van 1 april 2014. Ook daar is dus een lijn toegevoegd (nieuwe code 1291/2291).

Dat is ook gebeurd in vak XVII (bezoldigingen van bedrijfsleiders).

Vak VII: inkomsten van kapitalen en roerende goederen

In het vak voor de roerende inkomsten is er plaats vrijgemaakt voor de zogenaamde VVPRbis-dividenden. Dividenden die te maken hebben met kapitaalinbrengen in een KMO, genieten onder bepaalde voorwaarden een gunsttarief van 20%. Daarvoor zijn vier nieuwe codes nodig. In de praktijk zullen die overigens dit jaar zelden benut worden, want de maatregel heeft alleen betrekking op aandelen die vanaf 1 juli 2013 zijn uitgegeven en op dividenden die voortkomen uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na de inbreng.

Vak IX: interesten en kapitaalaflossingen...

De grote nieuwigheid met betrekking tot de woonkredieten is dat er een aparte rubriek is voor de uitgaven voor de eigen woning (rubriek B) en voor de uitgaven die geen betrekking hebben op de eigen woning (rubriek C), als gevolg van de regionalisering van de fiscaliteit van de eigen woning. Voor de rest is er eigenlijk niet veel veranderd, want binnen elke rubriek zijn de vertrouwde codes en de vertrouwde opbouw grotendeels bewaard.

Wel moet men eraan denken dat de codes voor gewestelijke
belastingvoordelen beginnen met een 3 (of 4 voor de echtgenoot), terwijl het begincijfer 1 (of 2 voor de echtgenoot) wijst op een federaal voordeel. Zo is 3370/4370 de code voor de gewestelijke woonbonus (eigen woning) en  1370/2370 de code voor de federale woonbonus (woning die ooit “eigen” was - anders zou men de woonbonus niet gekregen hebben - maar waar men nu niet meer in woont).

De enige echte nieuwigheid is dus dat men moet bepalen of de woning waarvoor de lening afgesloten is, “eigen” is (gewestelijk voordeel) of “niet eigen” (federaal voordeel). De eigen woning is de woning die men zelf betrekt. Een tweede woning, een woning die men verhuurt, of een (gedeelte van een) woning die beroepsmatig gebruikt wordt, is “niet eigen”. Als men in de loop van het jaar verhuisd is of de woning een andere bestemming gegeven heeft (beroepsmatig gebruik of niet), moet men de interesten en kapitaalaflossingen opsplitsen. Stel dat men geleend heeft voor een woning in aanbouw, en pas op 14 april 2014 effectief verhuisd is naar die woning, dan komen alle betalingen aan de bank van vóór die datum in de rubriek voor de niet eigen woning, en alle betalingen van na die datum in de rubriek voor de eigen woning.

Merk op dat het kadastraal inkomen van de eigen woning weliswaar niet meer aangegeven moet worden in vak III (zie hierboven) maar nu aangegeven moet worden in rubriek B in vak IX, onder de vertrouwde codes (weliswaar nu met begincijfer 3 of 4 - code 3100 enz.). Dat heeft te maken met de nieuwe belastingverminderingen die de vroegere interestaftrekken vervangen, en waarvoor de berekening uitgaat van het kadastraal inkomen. De fiscus heeft die gegevens dus nog altijd nodig, ondanks de vrijstelling.

Vak X: belastingverminderingen

De enige opvallende verandering in vak X, naast de terugname van werkgeversaandelen (rubriek F, zie hoger bij vak IV), betreft de “belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven in een woning” (nu alleen nog voor dakisolatie). Die zijn herleid tot één code (rubriek J). Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen uitgaven in één woning en uitgaven voor meerdere woningen.

Maar een vereenvoudiging betekent dat niet echt. Want tot vorig jaar berekende de fiscus nog zelf de belastingvermindering als het om één woning ging. Nu moet u de vermindering altijd zelf berekenen. Merk op dat de subrubriek voor de overgedragen belastingverminderingen van vorige jaren niet vereenvoudigd is maar nog steeds even complex is als voorheen.

Vak XI: bedragen die in aanmerking komen voor een belastingkrediet voor winwinleningen

Vak XI is nieuw maar het gaat niet om een inhoudelijk wijziging. De codes voor de winwinlening stonden vroeger in het vak voor de belastingverminderingen (rubriek I van vak X) maar zijn daar weggehaald omdat ze er niet op hun plaats stonden. Het betreft immers een belastingkrediet. De codes zijn dezelfde gebleven (zij het met 3/4 als begincijfer omdat het om een gewestelijke maatregel gaat).

Vak XIV: rekeningen en levensverzekeringen in het buitenland...

Dat men een rekening in het buitenland heeft, moet al enige tijd vermeld worden in de aangifte. Het was de bedoeling dat de verdere details (zoals het rekeningnummer en de naam van de bank) gemeld zouden moeten worden aan een “centraal aanspreekpunt” bij de Nationale Bank. Pas nu wordt dat laatste effectief verplicht. In de aangifte moet men “ja” aankruisen als die melding gebeurd is. De procedure voor de melding wordt geregeld met een koninklijk besluit van 3 april 2015 (Staatsblad van 13 april 2015).

Vak XVI: diverse inkomsten

De code voor inkomsten uit de concessie van het recht om een zendmast voor mobiele telefonie te plaatsen, is geschrapt omdat het Grondwettelijk Hof de wet vernietigd heeft op basis waarvan die inkomsten belastbaar waren als diverse inkomsten (in plaats van onroerende inkomsten).

Daarnaast worden de “winsten of baten uit toevallige of occasionele prestaties” uitgesplitst in “meerwaarden op roerende waarden en titels” (voornamelijk aandelen) en “andere” (rubriek B.1). Dat komt omdat de federale wetgever een deel van de personenbelasting volledig buiten de regionalisering heeft willen houden. Van de belasting op o.m. die inkomsten gaat niets naar de gewesten. Het belastingregime zelf verandert dus niet, maar de fiscus heeft die gegevens nodig om te bepalen hoeveel geld naar de gewesten mag gaan.

Vak XX: voorheffingen i.v.m. een zelfstandige beroepswerkzaamheid

Het belastingkrediet voor zelfstandigen (artikel 289bis WIB 1992) is vanaf nu terugbetaalbaar en daarom is er nog maar één code voor de overdrachten van vorige jaren. Vroeger was een overdracht van het niet benutte belastingkrediet niet terugbetaalbaar maar slechts verrekenbaar met de te betalen PB, en dan nog alleen gedurende de drie volgende jaren, zodat de fiscus moest weten uit welk jaar de overdracht stamde.

Bron: Aangifte 2015



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....lire la suite
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....lire la suite
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....lire la suite
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....lire la suite
 
site web par webalive