nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
Betalingen aan niet-ingezetenen: wanneer bedrijfsvoorheffing inhouden?
 
De nieuwe vangnetbepaling is zo ruim geformuleerd dat letterlijk iedere betaling aan een persoon in een land zonder verdrag, onderworpen dreigde te worden aan 16,5% belasting. Uit een bericht in het Staatsblad blijkt nu dat de soep niet zo heet geheten wordt als ze opgediend wordt. Voor kleine betalingen hoeft in elk geval geen voorheffing ingehouden te worden. En meer in het algemeen blijkt de nieuwe bepaling alleen van toepassing te zijn op leveringen van diensten.

Anderhalf jaar geleden is er een zogenaamde vangnetbepaling (ook wel catch-all bepaling genoemd) ingevoegd in de belasting van niet-inwoners.  Bedoeling is om alle inkomsten te kunnen belasten die tot nu toe aan Belgische belasting ontsnapten (nieuwe §3 in artikel 228 WIB 1992).

Concreet gaat het om twee categorieën van inkomsten:

- betalingen vanuit België aan iemand in een land waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft en die in dat land niet effectief belast worden.

- als er wel een dubbelbelastingverdrag is: inkomsten die in theorie al belastbaar waren in België op basis van dat verdrag maar die tot nu toe niet effectief belast konden worden omdat er geen expliciete bepaling in het (Belgische) wetboek staat die belasting mogelijk maakt.     

Een voorbeeld van dat laatste zijn royalty's of commissielonen voor consultancy of technische bijstand die een buitenlander levert in België. Volgens de Belgische regels moeten we dat zien als winsten. Maar die kunnen alleen maar belast worden als er een echte “vaste inrichting” is in België. En dan ontsnappen die inkomsten aan belasting, ook al zegt het betrokken dubbelbelastingverdrag dat België bevoegd is om belastingen te heffen.

Bedrijfsvoorheffing van 16,5%

In principe wordt de nieuwe belasting geheven in de vorm van een bevrijdende bedrijfsvoorheffing. De Belgische schuldenaar moet op de betaling die hij doet aan de niet-inwoner, 33% bedrijfsvoorheffing inhouden. Daarbij mag hij wel een forfaitaire kostenaftrek van 50% toepassen. Het effectieve belastingtarief bedraagt dus 16,5%.

Maar de nieuwe bepaling is zo algemeen geformuleerd dat het toepassingsgebied onhoudbaar ruim leek uit te vallen. Als men de wettekst letterlijk neemt, zou elke betaling vanuit België naar een land zonder verdrag, belastbaar worden in België, zelfs als er voor de rest geen enkel aanknopingspunt is met ons land. Iedereen die een aankoop doet in zo'n land of er iets huurt, dreigde onder de nieuwe bepaling te vallen. En dat brengt dan bovendien heel wat lastige formaliteiten met zich mee (aangifte in de bedrijfsvoorheffing, nagaan of er effectief belast is in het buitenland enz.).

Al van bij het begin was er daarom sprake van om de gloednieuwe bepaling alweer aan te passen. Voorlopig is dat er niet van gekomen, maar er is nu wel een bericht aan de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing verschenen dat het toepassingsgebied van de vangnetbepaling beter aflijnt.

Als principe is vooral belangrijk dat alleen betalingen voor diensten onder de nieuwe bepaling vallen. Meerwaarden op aandelen of op vastgoed worden dus niet getroffen. Ook betalingen voor goederenleveringen blijven buiten schot. Hetzelfde geldt voor bezoldigingen en pensioenen.

Drempel van 38.000 euro

Praktisch gesproken is het ook interessant dat er een minimumdrempel komt. Voor betalingen onder de 38.000 euro op jaarbasis hoeft geen voorheffing ingehouden te worden. Die limiet geldt bovendien per schuldenaar. Als een buitenlander dus een dienst levert voor vijf Belgische klanten en telkens 30.000 euro aanrekent, zal er geen Belgische belasting verschuldigd zijn op basis van de vangnetbepaling.

Ondanks de bedrijfsvoorheffing bestaat de mogelijkheid om het inkomen op te nemen in een aangifte. De niet-inwoner die de betaling ontvangt, moet daarvoor een Belgische aangifte in de belasting van niet-inwoners indienen. Dat is zinvol als de werkelijke kosten hoger zijn dan het forfait van 50% of als er andere aftrekken toegepast kunnen worden. Maar men moet dan wel opletten, want de minimumdrempel is niet meer van toepassing op de inkomsten die men aangeeft.

Bron: bericht in het Staatsblad van 23 juli 2014, p. 55254



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....lire la suite
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....lire la suite
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....lire la suite
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....lire la suite
 
site web par webalive