nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
BTW en opslagdiensten: de ene opslag is de andere niet
 
De BTW op een opslagdienst is normaal gezien te betalen waar de opslag gebeurt. Maar die regel geldt alleen als de klant een exclusief recht krijgt op de opslagruimte. En ook als de opslag deel uitmaakt van een ruimer geheel van diensten, is die regel niet van toepassing. Na Europees overleg maakt de Belgische fiscus een einde aan de onzekerheid die op dat punt al jaren heerst.

Een dienst voor een BTW-plichtige klant (B2B-situatie) wordt in principe gelokaliseerd waar de klant gevestigd is. Als een Belgische transporteur vervoer verricht voor een Duitse klant, moet er dus Duitse BTW aangerekend worden. Maar opslagdiensten vormen een uitzondering op die algemene regel. Want diensten die verband houden met onroerende goederen, worden gelokaliseerd op de plaats waar het onroerend goed gelegen is. En een opslagruimte is normaal gezien een onroerend goed: een loods, een silo, een tank...

Die uitzondering op de algemene regel maakt de zaken wel ingewikkeld als de opslag deel uitmaakt van een bredere dienstverlening. Stel, in ons voorbeeld, dat de Belgische transporteur, tussen twee transportfasen in, de goederen tijdelijk stockeert ergens in België. Dan zou zijn Duitse klant zowel Duitse als Belgische BTW moeten betalen: voor het vervoer respectievelijk de opslag. In de praktijk kwam het zelfs voor dat er twee keer BTW betaald moest worden op de opslagdienst, met name omdat de BTW-administratie van sommige andere EU-landen de uitzondering voor onroerende goederen niet aanvaardde. Daarom heeft België op een bepaald moment trouwens tijdelijk hetzelfde standpunt ingenomen en aanvaardde de fiscus dus dat de uitzondering niet meer toegepast werd.

Terbeschikkingstelling zonder meer

Nu schept de Belgische fiscus echter duidelijkheid over de spelregels. De uitzondering wordt eigenlijk alleen nog maar toegepast als het gaat om een loutere terbeschikkingstelling van een opslagruimte, zonder bijkomende diensten. De fiscus preciseert dat de klant dan een exclusief gebruiksrecht moet hebben op de opslagruimte. Dat wil zeggen dat de klant een welbepaalde, afgebakende plaats toegewezen krijgt om zijn goederen op te slaan, die niemand anders mag gebruiken, en dat hij altijd toegang heeft tot de opslagruimte. In die omstandigheden wordt de dienst die bestaat in de terbeschikkingstelling van opslagruimte, gelokaliseerd op de plaats van de opslagruimte, dus volgens de regel voor diensten m.b.t. een onroerend goed. De Duitse klant die in België een opslagruimte huurt, zal dus Belgische BTW aangerekend krijgen.

Vrijstelling onroerende verhuur

Er is dan wel een complicatie omdat onroerende verhuur in principe vrijgesteld is van BTW. Dat is in B2B-situaties eerder een nadeel dan een voordeel omdat de keerzijde van de vrijstelling is dat ook het recht op BTW-aftrek vervalt. Daarom wordt de vrijstelling niet toegepast op de verhuur van een opslagruimte. De fiscus is echter streng en stelt als voorwaarde dat het onroerend goed uitsluitend voor opslag gebruikt wordt. Alleen een klein kantoortje (10% van de oppervlakte) voor het beheer van de opslag is toegelaten. In andere gevallen - bijvoorbeeld opslag en een groot kantoor in één gebouw - is de BTW-vrijstelling wel van toepassing. Dat klassieke - en vaak betwiste - standpunt van de Belgische fiscus blijft onverkort gehandhaafd.

Geen loutere terbeschikkingstelling: hoofdregel

Als de klant geen exclusief gebruiksrecht krijgt op de opslagruimte, dan is de regel voor onroerend goed niet van toepassing en vallen we terug op de hoofdregel: de dienst wordt geacht plaats te vinden waar de afnemer gevestigd is (B2B). Als de afnemer een particulier is (B2C), wordt de dienst gelokaliseerd waar de dienstverrichter gevestigd is. “Geen exclusief gebruiksrecht” houdt in dat de klant geen toegang heeft tot de opslagruimte en dat de verhuurder van de opslagruimte zelf regelt waar precies de goederen gestockeerd worden.

De hoofdregel is logischerwijze ook van toepassing als de opslag slechts een onderdeel is van een bredere activiteit die de dienstverrichter aanbiedt, bijvoorbeeld het verwerken, behandelen of verpakken van de goederen.

Bron: BTW-beslissing nr. E.T.124.412 van 2 juni 2014



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
website door webalive