nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
Opnieuw gewone investeringsaftrek voor KMO’s
 
Na een onderbreking van zeven jaar kunnen kleine vennootschappen vanaf 2014 opnieuw de “gewone” investeringsaftrek toepassen. Het tarief is vastgelegd op 4%. Er zijn wel enkele bijkomende beperkingen. Voor een appartement aan de kust blijkt de maatregel allerminst bedoeld.

In 2006 is de “gewone” investeringsaftrek op nul gezet als compensatie voor de invoering van de notionele interestaftrek. Alleen een reeks specifieke investeringsaftrekken (voor octrooien, de ontwikkeling van groene technologie enz.) bleven bestaan. Maar KMO's blijken relatief gezien minder gebruik te maken van de notionele interestaftrek (“aftrek voor risicokapitaal”). Daarom wordt de gewone investeringsaftrek nu opnieuw ingevoerd voor kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 Wetboek Vennootschappen (zie ons artikel “Investeringsaftrek voor KMO's terug van weggeweest”).

Het betrokken wetsontwerp is ondertussen goedgekeurd in de Kamercommissies en zal tegen het einde van het jaar in het Staatsblad verschijnen.

Voorlopig alleen 2014 en 2015

Het gaat voorlopig om een tijdelijke maatregel. Hij zal namelijk alleen toegepast kunnen worden voor investeringen die in 2014 of 2015 gedaan worden. Maar de regering zegt er nu al bij dat de maatregel gewoon verlengd kan worden na 2015.

Het tarief is 4%, wat iets lager is dan het tarief van de gewone investeringsaftrek zoals die altijd is blijven bestaan voor zelfstandigen. Voor die laatste categorie bedraagt het tarief momenteel (aanslagjaar 2014) 4,5%, maar het wordt elk jaar herzien, zal dus volgend jaar misschien ook lager uitvallen.

Geen cumul met notionele interestaftrek

De heringevoerde investeringsaftrek kan voor hetzelfde boekjaar niet tegelijk met de notionele interestaftrek toegepast worden. En er zijn nog andere beperkingen. Alle activa die uitgesloten zijn van de notionele interestaftrek, komen ook voor de nieuwe investeringsaftrek niet in aanmerking. Het gaat dan ondermeer om “onredelijke” kosten, om beleggingen, of om de woning waarin de bedrijfsleider woont.

Daarnaast is de nieuwe investeringsaftrek slechts beperkt overdraagbaar. Als de aftrek niet benut kan worden wegens te weinig winst, is hij slechts één keer overdraagbaar naar het volgende belastbare tijdperk. De andere investeringsaftrekken zijn overdraagbaar zonder beperking in de tijd (weliswaar beperkt qua bedrag).

Band met activiteit

Ten derde moeten de investeringen rechtstreeks verband houden met de werkelijke economische activiteit van de vennootschap. Het volstaat dus niet dat de investering past binnen het maatschappelijk doel van de vennootschap. Puur voor de vorm een zogenaamde stijlclausule opnemen in de statuten over bijvoorbeeld vastgoedactiviteiten of financiële verrichtingen, zal niets uithalen. De regering geeft zelf het voorbeeld van een artsenvennootschap die een appartement aan zee koopt. Een dergelijke aankoop past nooit binnen de werkelijke activiteit van een doktersvennootschap en geeft dus nooit recht op investeringsaftrek, ook al is het maatschappelijk doel zo ruim omschreven dat de aankoop eronder valt. De regering heeft duidelijk lessen getrokken uit de discussies die op dat punt gevoerd zijn in de context van de aftrek van beroepskosten...

Ook voor toekomstige activiteit

Interessant is dan weer dat ook investeringen meetellen die dienen voor een geplande activiteit. Het hoeft dus niet noodzakelijk om een bestaande activiteit te gaan. 

Afgezien daarvan zijn ook nog eens alle bestaande beperkingen van toepassing die voor de investeringsaftrek in het algemeen gelden.  Zo krijgt men ook de nieuwe investeringsaftrek niet voor een investering in een personenauto, of voor activa die gebruikt worden door een derde. En het moet gaan om nieuwe activa. Ten slotte blijft ook de bestaande regel voor gedeeltelijk privé gebruikte onroerende goederen van kracht. In dat geval komen alleen de gedeelten die uitsluitend beroepsmatig gebruikt worden, in aanmerking voor de investeringsaftrek.

Bron: ontwerp van programmawet, Kamer document 3147



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive