nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Dienstreizen: hoogste bedrag wordt algemene norm voor onkostenvergoeding
 
Vanaf 1 januari 2014 mogen werkgevers een hogere vergoeding voor verblijfskosten betalen aan personeelsleden die een dienstreis in het binnenland maken. Voor een volledige werkdag aanvaardt de fiscus een bedrag van 19,22 euro, ongeacht de functie. Dat komt overeen met het officiële tarief voor ambtenaren van het hoogste niveau.

Als een werkgever aan zijn werknemer een onkostenvergoeding betaalt, blijft die belastingvrij voor de werknemer. Fiscaaltechnisch spreekt men van een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever. In principe moet er dan wel een bewijs zijn dat de kosten effectief gemaakt zijn. In veel gevallen is de fiscus echter soepel en eist hij niet dat er echte bewijzen van de kosten zijn.  Dat is bijvoorbeeld het geval voor een kilometervergoeding. Zolang de vergoeding niet hoger ligt dan het bedrag dat ambtenaren terugbetaald krijgen voor een dienstverplaatsing, blijft de vergoeding belastingvrij en zijn geen bewijsstukken nodig.

Eenzelfde regeling geldt voor maaltijd- en verblijfskosten die gemaakt zijn tijdens een binnenlandse dienstreis. Het gaat dan om kosten voor maaltijden, drank en eventueel een overnachting die een personeelslid zelf maakt in de uitoefening van zijn functie. Ambtenaren krijgen die kosten op forfaitaire basis terugbetaald op basis van officieel vastgelegde tarieven. En die bedragen dienen ook als richtsnoer voor de fiscaal aanvaardbare onkostenvergoedingen in de privésector.

Vergoeding verblijfskosten volgens schalen voor ambtenaren

Tot zover was alles duidelijk. Maar de officiële tarieven voor ambtenaren maken een onderscheid volgens het niveau van de functie. Ambtenaren van niveau A kregen een hogere vergoeding dan hun collega's van niveau B, C of D. Naar analogie zou dat betekenen dat aan directieleden of hogere kaders hogere vergoedingen betaald mogen worden dan aan andere werknemers. Maar de fiscus heeft tot nu toe nooit geantwoord op de vraag of dat effectief de bedoeling is.

In de praktijk maakt dat nochtans een groot verschil. Voor ambtenaren van niveau B tot D (te vergelijken met gewone bedienden en arbeiders in de privésector) bedraagt de officiële vergoeding momenteel 13,04 euro voor een volledige werkdag. Voor niveau A1 tot A3 (te vergelijken met hogere kaderleden) wordt echter 16,11 euro uitbetaald, en ambtenaren van niveau A4 tot A5 (te vergelijken met directieleden) hebben recht op 19,22 euro.

Tarief voor hoogste ambtenaar niet alleen voor directie

De minister neemt nu alle onduidelijkheid weg. De hoogste tarieven zijn wel degelijk fiscaal aanvaardbaar. Maar hij gaat nog verder dan dat. Het goede nieuws is vooral dat de hoogste bedragen voor alle werknemers gebruikt mogen worden. Bepalen welke functies in de privésector exact vergelijkbaar zijn met niveau A in de administratie, zou te veel discussie opleveren. Voor het gemak wordt de nieuwe regel dan maar dat elke werknemer een onkostenvergoeding mag krijgen op basis van het tarief voor ambtenaren met de hoogste graad.

Concreet zijn dus volgende tarieven van toepassing:
- voor een dienstreis van meer dan 5 maar minder dan 8 uur: 3,82 euro.
- voor een dienstreis van minstens 8 uur, of van minstens 5 uur maar dan over de middag (= minstens van 12 tot 14 u.): 19,22 euro.
- voor een overnachting (ontbijt en avondmaal inbegrepen): 43,78 euro.
- voor een gratis overnachting: 23,04 euro.

Nieuw is dus ook dat niet meer gesproken wordt van een ontbijt en een avond- of middagmaal maar dat een onderscheid gemaakt wordt volgens de duur van de dienstreis.

Merk op dat het nieuwe standpunt van de minister geen verschil maakt voor een korte dienstreis. Want daarvoor is het ambtenarentarief hetzelfde voor alle niveaus.

Het nieuwe standpunt is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Hogere vergoedingen

Het is overigens niet verboden om hogere vergoedingen uit te betalen als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever. Maar dat moet dan gebeuren op basis van bewijsstukken en niet op basis van forfaits. Hetzelfde geldt voor een dienstreis van minder dan vijf uur.

Bron: parlementaire vraag nr. 387 van 29 april 2013 van Volksv. V. Wouters, Bull. V&A nr. 131, p. 274





23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lees meer
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
website door webalive