nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
Vastklikken reserves aan 10%: “onmiddellijke” inbreng niet al te letterlijk nemen
 
Na de uitkering van de belaste reserves moet men ze “onmiddellijk” opnemen in kapitaal. Dat is de voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de tijdelijke mogelijkheid om belaste reserves om te zetten in gestort kapitaal aan een “gunstprijs” van 10% roerende voorheffing. De fiscus laat nu weten dat men die “onmiddellijk” met de nodige soepelheid mag interpreteren. Niet alleen een inbreng in natura is dus mogelijk, maar ook een inbreng in geld.

Vanaf 1 oktober 2014 stijgt de roerende voorheffing op liquidatiebonussen van 10% tot 25%. Er is echter een volledig legale mogelijkheid om aan die verhoging te ontsnappen. Bestaande belaste reserves kunnen namelijk omgezet worden in fiscaal gestort kapitaal (zodat een latere uitkering belastingvrij blijft, ook na 1 oktober 2014). Daarvoor betaalt men dan 10% roerende voorheffing (zie ons artikel “Liquidatiebonus belast aan 25% ... maar ontsnappen is mogelijk”). Die 10% moet dan wel nu onmiddellijk betaald worden, maar in de meeste gevallen zal dat toch nog altijd aanlokkelijker zijn dan later 25% te betalen op de eventuele liquidatiebonus die overeenstemt met die belaste reserves.

Tijdelijk verlaagde roerende voorheffing bij uitkering belaste reserves

Er was echter een probleem met een uitdrukkelijke voorwaarde die in de wet staat. De belaste reserves moeten eerst uitgekeerd worden als dividend en vervolgens moet “het verkregen bedrag onmiddellijk word[en] opgenomen in het kapitaal” (artikel 537, lid 1 WIB 1992).

Een circulaire geeft nu de nodige toelichting.

Het “verkregen bedrag” is het bedrag aan uitgekeerde belaste reserves min de roerende voorheffing. Dat moet per aandeelhouder bekeken worden. Elke aandeelhouder is immers vrij om mee te doen met de kapitaalverhoging en is dus niet verplicht om het “dividend” dat hij ontvangen heeft, terug in te brengen. Wie dat niet doet, betaalt wel het gewone tarief van 25% en kan geen gebruik maken van het tijdelijke gunsttarief van 10% in de roerende voorheffing.

... mits “onmiddellijke” inbreng

De grootste onduidelijkheid betrof echter het woordje “onmiddellijk” in de geciteerde bepaling. De circulaire suggereert nu dat men dat woord niet al te letterlijk moet nemen. We moeten het lezen als “zonder verwijl, rekening houdend met de uitdrukkelijke bepalingen van het vennootschapsrecht”.

De fiscus lijkt er dus rekening mee te willen houden dat bepaalde voorschriften van het vennootschapsrecht tijd kosten. Denk aan de voorafgaande storting op een geblokkeerde rekening (artikel 600 W.Venn.) of de inschrijvingsperiode van minstens 15 dagen in het kader van het voorkeurrecht (als daaraan niet verzaakt is - artikel 593 W.Venn.).

Tot voor kort hadden sommigen die “onmiddellijk” geïnterpreteerd als “nog dezelfde dag”, d.w.z. dat de kapitaalverhoging effectief tot stand zou moeten komen op de dag dat de algemene vergadering ertoe beslist (en beslist om het “dividend” uit te keren dat gebruikt zal worden voor de kapitaalverhoging). In veel gevallen zou dan alleen een inbreng in natura (in de vorm van de schuldvordering van de aandeelhouder) mogelijk zijn. Maar uit de circulaire blijkt nu dat ook een inbreng in geld probleemloos mogelijk is. En een revisoraal verslag is dan niet nodig.

Circulaire geeft de nodige tijd

De circulaire herinnert er ook aan dat de vennootschap vanaf de toekenning van het dividend in principe slechts 15 dagen heeft om te voldoen aan haar verplichtingen inzake aangifte en betaling van de roerende voorheffing op dat dividend. In theorie is het dus mogelijk dat de vennootschap dan nog niet weet hoeveel roerende voorheffing ze moet inhouden (10 of 25%): ze weet misschien nog niet zeker wie er effectief meedoet aan de kapitaalverhoging. Maar de fiscus aanvaardt dat men 10% inhoudt op basis van een “toekomstige gebeurtenis” (de effectieve kapitaalverhoging). De fiscus vraagt dan wel een “bewijskrachtig element” waaruit blijkt dat het effectief de bedoeling is het uitgekeerde dividend op te nemen in het kapitaal. Men zet dus best de nodige verklaringen op papier.

Bron: circulaire van 1 oktober 2013 (nr. Ci.RH.233/629.295, AAFisc. 35/2013)



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lire la suite
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lire la suite
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lire la suite
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lire la suite
 
site web par webalive