nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
Verlaagde roerende voorheffing voor dividenden van KMOs
 
Kapitaal injecteren in een KMO wordt beloond met een verlaagde roerende voorheffing op de corresponderende dividenden. Vanaf 1 juli 2013 wordt het mogelijk om kapitaalverhogingen te doen die recht geven op het fiscale voordeel. De houders van de op die manier gecreëerde nieuwe aandelen betalen twee jaar na de inbreng 20% roerende voorheffing op hun dividenden. Na drie jaar is een tarief van 15% van toepassing (Programmawet van 28 juni 2013, werd gepubliceerd op 1 juli 2013).

De regering wil kapitaalverhogingen bij, en de oprichting van, KMO's aanmoedigen door een verlaagd tarief in de roerende voorheffing toe te staan voor de met de inbreng overeenstemmende dividenden.  Het verlaagde tarief is echter maar van toepassing na twee jaar.  Tot dan blijft in geval van dividenduitkering het tarief 25%.  Dividenden die verdeeld of toegekend worden bij de winstverdeling van het tweede boekjaar na de inbreng, worden belast aan 20%.  Vanaf het derde boekjaar wordt dat 15%.

Voorbeeld

Stel, het boekjaar loopt van 1 januari tot 31 december en de algemene vergadering (AV) die de dividenden toekent, valt een half jaar na de afsluiting van het boekjaar. Wie onmiddellijk vanaf 1 juli 2013 gebruik maakt van de mogelijkheid om het kapitaal te verhogen moet dus tot midden 2016 wachten om gebruik te kunnen maken van het tarief van 20%. Vanaf midden 2017 profiteert men van het laagste tarief van 15%. Uiteengezet ziet de situatie er als volgt uit:

-    Op 1 juli 2013 (boekjaar 2013) verricht men de inbreng. De AV beslist in
     juni 2014 tot de uitgifte van de eerste dividenden, welke onderhevig
     zullen zijn aan een RV van 25%. Dit is het “boekjaar van de inbreng”.

-    In juni 2015 beslist de AV om ook voor het boekjaar 2014 dividenden uit
     te keren. Ook deze dividenden zullen onderhevig zijn aan een RV van
     25%. Dit is het “eerste boekjaar na de inbreng”.

-    In juni 2016 beslist de AV om tevens voor boekjaar 2015 dividenden uit 
     te keren. Gezien we ons hier bevinden in het “tweede boekjaar na de 
     inbreng” zullen deze dividenden deze keer slechts onderhevig zijn aan 
     een RV van 20%.

-    Wanneer tenslotte in juni 2017 wordt beslist om dividenden voor het 
     boekjaar 2016 uit te keren zullen deze onderworpen zijn aan een RV van
     15%. We bevinden ons hier immers in het “derde boekjaar na de
     inbreng”.

Toepassingsvoorwaarden

De wetgever zou de wetgever niet zijn, zou hij aan dit gunstregime niet een hele resem extra voorwaarden gekoppeld hebben.

Zoals reeds vermeld, geldt het gunstregime slechts voor inbrengen gedaan vanaf 1 juli 2013.

Alleen kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 Wetboek Vennootschappen komen in aanmerking. Het ogenblik van beoordeling is het moment van de inbreng. Het verlies van dat statuut op een later ogenblik kan dus geen kwaad. Niettegenstaande punt 1° van de nieuwe tweede paragraaf van artikel 269 WIB 92 dit niet expliciet vermeldt (zoals eveneens werd opgemerkt door de Raad van State ), kunnen ook dividenden van buitenlandse vennootschappen, die aan de voorwaarden van artikel 15 W. Venn. voldoen, van deze gunstmaatregel genieten.

Er is een minimumkapitaal van 18.550 euro vereist, zijnde het minimum maatschappelijk kapitaal van een BVBA. Ook wanneer het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap pas ingevolge de kapitaalverhoging deze grens bereikt, kan men genieten van de gunstmaatregel van de verlaagde RV op de uitgekeerde dividenden.

Gezien de wetgever met deze Programmawet de investering van nieuw kapitaal in KMO's heeft willen stimuleren, is het verlaagde tarief enkel maar van toepassing voor zover de inbreng bestaat uit geld.  Bovendien moet de verhoging van het maatschappelijk kapitaal (op het moment dat de dividenden worden uitgekeerd ) volledig volstort zijn en mogen de nieuwe aandelen geen voorkeursbehandeling krijgen.

Vervolgens is het gunsttarief enkel maar van toepassing voor zover de dividenden voortkomen uit nieuwe aandelen op naam.  Dividenden die voortkomen uit gedematerialiseerde effecten zullen dus niet van dit gunstregime kunnen genieten.

Een belangrijke beperking is dat de nieuw gecreëerde aandelen niet overgedragen mogen worden.  Alleen de oorspronkelijke investeerder krijgt dus het fiscale voordeel voor zijn dividenden. Hierop worden wel een aantal uitzonderingen gemaakt. Zo worden overdrachten aan kinderen of tussen echtgenoten ingevolge een erfopvolging of schenking niet aangemerkt als een overdracht welke de toepassing van het gunstregime teniet doen.  Ook fiscaal neutrale fusies, splitsingen of ermee gelijkgestelde verrichtingen worden behandeld alsof er geen overdracht heeft plaatsgevonden.  Voor schenkingen, of testamentaire of contractuele erfopvolgingen die niet gelijkluidend zijn aan de wettelijke erfopvolging wordt wel vereist dat de volle eigendom behouden blijft bij één en dezelfde persoon. 

Verder moeten de nieuwe aandelen ook in volle eigendom gehouden worden.  Wanneer deze echter in naakte eigendom of vruchtgebruik worden verkregen ingevolge een wettelijke erfopvolging, een erfopvolging met gelijkaardige gevolgen of een ascendentenverdeling die geen afbreuk doet aan het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot, blijft het gunsttarief van toepassing op de dividenden.

Ook mogen de inbrengen in geld niet voortkomen uit een verdeling van belaste reserves.  Deze regel werd in de programmawet ingevoerd om cumulatie van gunstregimes te vermijden. De invoering van een nieuw artikel 537 WIB 92 voorziet immers in een gunstregime voor de uitkering van belaste reserves.

Tenslotte geldt het gunsttarief niet voor liquidatieboni.

Anti-misbruik bepalingen

De programmawet bevat ook een aantal anti-misbruik bepalingen. Het zou immers al te gemakkelijk zijn om eerst het kapitaal te verminderen  en het daarna weer te  verhogen, om vervolgens dividenden uit te keren welke op deze manier binnen het toepassingsgebied van het gunstregime zouden vallen.

Vandaar dat de wetgever in het nieuwe artikel 269, §2, achtste lid WIB 92 expliciet stelt dat kapitaalverhogingen die tot stand komen na een kapitaalvermindering, doorgevoerd op of na 1 mei 2013, niet in aanmerking zullen komen voor het toekennen van het verlaagde tarief. Het deel dat in dergelijk geval de kapitaalvermindering overstijgt zal daarentegen wel in aanmerking worden genomen.

Ook constructies waarbij verbonden of geassocieerde vennootschappen (in de zin van artikel 11 en 12 W.Venn.) worden ingeschakeld, worden door de wetgever buitenspel gezet. Zo komt een kapitaalverhoging, welke het gevolg is van een herinvestering van sommen die zijn vrijgekomen door een kapitaalvermindering (doorgevoerd vanaf 1 mei 2013) in een verbonden of een geassocieerde onderneming, niet in aanmerking voor het gunsttarief. Hetzelfde geldt voor een inbreng door een natuurlijk persoon  die deze sommen verkregen heeft ingevolge een kapitaalvermindering in een aan hem verbonden vennootschap.

Tenslotte zullen kapitaalverminderingen die na de inbreng plaatsvinden prioritair worden aangerekend op de nieuwe kapitalen.

In de memorie van toelichting verduidelijk de wetgever dat deze specifieke anti-misbruik bepalingen hem de mogelijkheid niet ontnemen om de algemene anti-misbruik bepaling van artikel 344, §1 WIB 92 te gebruiken.

Jo ROSELETH en Anthony VAN BESIEN




03-01-17 Nieuwe rapporteringsverplichtingen over verrekenprijzen voor multinationals
Het wordt moeilijker voor multinationals om winsten te versluizen naar landen waar die niet of laag belast worden.....read more
 
02-01-17 Voordeel gratis woning of herkwalificatie huurinkomen: berekenen van dag tot dag
Voor bedrijfsleiders die een gratis woonst ter beschikking gesteld krijgen van hun vennootschap, of die een eigen onroerend goed verhuren aan hun vennootschap, gelden specifieke fiscale regels.....read more
 
01-01-17 Lagere BTW voor publieke fietsen in steden
De verhuur van publieke fietsen (“deelfietsen” van bijvoorbeeld Villo! in Brussel en Velo in Antwerpen) is vanaf 1 januari 2017 onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6%.....read more
 
20-12-16 DE EERBIED VAN DE FISCUS VOOR HET PRIVELEVEN EN HET EHRM…
De jongste jaren neemt de inmenging van de overheid in het privéleven toe. De fiscus kijkt mee over de schouders....read more
 
website by webalive