nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Facturatie en opeisbaarheid van BTW: oude regels mogen nog jaar langer toegepast worden
 
Sinds 1 januari is de uitreiking van een factuur geen oorzaak meer van opeisbaarheid van de BTW. Dat heeft drastische gevolgen voor het moment waarop de BTW afgetrokken kan worden en voldaan moet worden. Wegens het gevaar op vergissingen en de noodzaak om boekhoudsoftware aan te passen, staat de fiscus nu uitstel toe. Tijdens een overgangsperiode van één jaar mogen nog de oude regels toegepast worden. Doet men dat niet, is het wel oppassen geblazen met voorschotfacturen.

 Op 1 januari 2013 zijn de nieuwe BTW-regels rond facturatie in werking getreden (wet van 17 december 2012, Staatsblad van 21 december 2012). Dat heeft te maken met een Europese richtlijn die tegen die datum omgezet moest zijn in nationaal recht. Bedoeling van de richtlijn was om alle hindernissen voor het gebruik van elektronische facturen uit de weg te ruimen. België had dat al bij eerdere gelegenheden gedaan, zodat er op dat vlak nu geen wereldschokkende aanpassingen meer nodig zijn.

BTW alleen opeisbaar bij levering of betaling

Toch bevat de nieuwe wet een belangrijke nieuwigheid. Van de gelegenheid is namelijk gebruik gemaakt om de Belgische BTW-regelgeving aan te passen aan een arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2006 (de zaak BUPA Hospitals). De Belgische regering leidt uit dat arrest af dat de BTW nog niet “opeisbaar” wordt  door een factuur die uitgereikt wordt vóór de levering of dienstverrichting.

En dat is een probleem, want tot nu toe stond in ons BTW-wetboek juist dat het uitreiken van de factuur een “tijdstip van opeisbaarheid van de BTW” vormt als er een factuur (bv. een voorschotfactuur) uitgereikt wordt vóór het tijdstip van de levering of dienstverrichting. Dat betekende concreet dat de leverancier of dienstverrichter op dat moment al de BTW moest afdragen aan de fiscus, en dat de klant op dat moment al de BTW in aftrek kon brengen (zelfs al had de klant die BTW nog niet betaald aan de leverancier).

Die regel is nu geschrapt met ingang van 1 januari 2013. Dat betekent dat er nog maar twee “tijdstippen van opeisbaarheid van de BTW” overblijven: 1) bij de levering of als de dienst voltooid is, of 2) bij de betaling, als er betaald wordt vóór de levering of dienstverrichting.

Wachten met aftrek en afdracht

Dat heeft dus gevolgen voor de afdracht en de aftrek van de BTW. Voor beide zal men nu moeten wachten tot het moment van de levering of tot het moment van de betaling.

Het grootste praktische probleem betreft echter de boekhoudsystemen. Aangezien de uitreiking van een factuur  geen opeisbaarheid van de BTW meer met zich meebrengt , wordt de directe link tussen de boekhouding en de BTW-aangiften doorgeknipt (tenzij betaling en/of levering nog volgen binnen hetzelfde aangiftetijdperk). Voor de BTW-aangiften zijn nu vooral de betaaldatum en de leveringsdatum van belang.

Tolerantie : in 2013 mag men oude regels nog toepassen

De praktische problemen bleken zo groot dat de administratie een overgangsregeling uitgewerkt heeft. Tot eind 2013 is het nog toegelaten de oude regeling te gebruiken. Wie daarvan gebruik maakt, mag nog altijd een voorschotfactuur met BTW uitreiken. Dat betekent dat de leverancier of dienstverrichter op basis daarvan de BTW moet afdragen aan de fiscus, terwijl de klant de BTW al onmiddellijk in aftrek mag brengen, dus zonder de betaling of de levering af te wachten.

Als de leverancier nog geen BTW wil afdragen, past hij in feite al de nieuwe regels toe.  Maar dan mag hij volgens de fiscus geen voorschotfactuur meer uitreiken. Een eventueel voorschot moet gevraagd worden aan de hand van een “ander document dan een factuur”.  Het gaat dan om een uitnodiging tot betaling, die de verschuldigde BTW niet vermeldt en zelfs niet verwijst naar de BTW-regels.

De klant kan dan geen BTW in aftrek brengen op basis van dat document. Hij moet wachten tot de levering of de betaling én moet een factuur (volgens de BTW-regels) hebben om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen. De klant kan dus (logischerwijs) niet los van de leverancier beslissen om de oude regels nog toe te passen.

Fiscus kan BTW claimen op basis van voorschotfactuur

Als de leverancier (of dienstverrichter) toch de BTW vermeldt, beschouwt de administratie dat als een keuze voor de oude regels en is hij verplicht die BTW onmiddellijk af te dragen.

Tijdens de parlementaire bespreking van de nieuwe wet was al gewezen op de mogelijke problemen met voorschotfacturen. De regering heeft toen geruststellende woorden gesproken: een voorschotfactuur zou mogelijk blijven en de rompslomp van een dubbele documentenstroom (eerst uitnodiging tot betaling, daarna echte factuur) zou niet nodig zijn. Maar nu blijkt dat laatste toch aan de orde te zijn volgens de overgangsregeling zoals de administratie die nu beschrijft. De bevestiging dat een voorschotfactuur nog mogelijk blijft, geldt dus blijkbaar alleen maar voor wie nog voor toepassing van de oude regels kiest.

 



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lire la suite
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lire la suite
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lire la suite
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lire la suite
 
site web par webalive